Hoe wordt leer gemaakt?

Het looiproces bestaat uit 3 verschillende fasen.
Eerst wordt de huid voorbereid op de looiing. Deze voorbereiding vindt in het nathuis plaats. De nathuis bewerkingen zijn voor de meeste huiden gelijk.

Behalve bij de bereiding van bont, waar natuurlijk niet onthaard wordt, moeten de huiden alvorens te kunnen worden gelooid, eerst geweekt, gereinigd, onthaard en ontvleesd worden.

De volgende fase is eigenlijk de looiing. De looiing is niet voor alle huiden gelijk, maar is afhankelijk van welke soort huid gebruik wordt en voor welk doel het leder wordt gelooid.

In de laatste fase vindt het afwerken van het leder in zowel natte als droge toestand plaats. Bij de afwerkingfase is het mogelijk om heel direct in te spelen op de door de consument gestelde eisen. Vooral bij leder bestemd voor modegevoelige artikelen, kan met behulp van verven, finishen en prenten snel gereageerd worden op nieuwe trends.

Nathuis:
In het nathuis vind het eerste gedeelte van het looiproces plaats. De huiden worden hier voorbereid op de looiing.

Alleen van de lederhuid kan leer gemaakt worden. Daarom zullen opperhuid en onderhuidbindweefsel moeten worden verwijderd. Dit gebeurt tijdens de nathuis processen.

Het overgrote deel van het looiproces is een chemisch proces. Men laat dus chemicaliën op de huid inwerken.

Om de chemicaliën goed te laten indringen en opnemen, heeft men als het ware een transportmiddel voor deze chemicaliën nodig. Bij de bereiding van leer, is dit water, omdat het van oudsher zo gegroeid is een bovendien goedkoop en in voldoende mate aanwezig is.

Verder heeft men behandelingsapparatuur nodig om de huid te kunnen omvormen tot leer. Enkele voorbeelden hiervan zijn:
Vaten
Ontvlees machine
Schaafmachine
Span- installatie en
Spuitmachines

Weken, ontharen en kalken (24 uur):
Om gemakkelijk chemicaliën te kunnen opnemen, moet het vochtgehalte van de huid worden teruggebracht naar het oorspronkelijke percentage van de verse huid.

De eventueel aanwezige conserveringsmiddelen zoals zout, moeten uit de huid en water moet door de huid worden opgenomen. Dit gebeurt door de huid met water enige tijd te draaien in grote vaten. De huid wordt hierdoor gereinigd en ontdaan van mest, slijm, bloed etc. Soms voegt men hulpmiddelen zoals enzymen, emulgatoren en alkalien, aan het water toe om het proces te bevorderen. Ook is het van belang dat de juiste watertemperatuur wordt gehanteerd, anders vindt er reeds afbraak van de huid door bacteriën plaats. Na het weken wordt de huid schoon gespoeld en gewassen.

In dezelfde vaten wordt nu onthaard en gekalkt. Bij dit proces wordt de opperhuid ( met haren) verwijderd. Dit gebeurt met een oplossing van zwavelnatrium dat alleen keratine aantast en oplost en het collageen niet. Na ongeveer 2-3 uur draaien is de opperhuid met haren volledig vernietigd en opgelost.

Tegelijkertijd met het ontharen worden de huiden gekalkt. Men gebruikt hiervoor kalk. Het kalken is een zeer bijzonder proces. Kalk heeft samen met zwavelnatrium de eigenschap dat het de huid tot zwelling brengt. Het heeft bovendien de eigenschap de eiwitvezels op een bepaalde manier aan te tasten. De combinatie van zwellen en aantasten veroorzaakt een “openen”van de huidstructuur, waardoor de chemicaliën beter kunnen ‘indringen’.
Na beëindiging van de kalking wordt grondig gespoeld en worden de huiden uit het vat gehaald.

Ontvlezen:
Vervolgens wordt de huid ontdaan van alle vleesresten en het onderhuidse bindweefsel. Dit ontvlezen gebeurt op een zgn. vleesmachine. Deze machine heeft een scherp geslepen messencilinder of messenwals, die de vleesresten en het onderhuidse bindweefsel eraf schraapt en snijdt. In de meeste gevallen worden de vleesresten tot natuurlijke lijmen verwerkt.

Splitten:
Een rundshuid heeft als bloot ( van haren ontdane gekalkte huid) een dikte van 3-5 mm. Voor vele lichte leersoorten is dit veel te dik. Op een splitmachine splitst men de bloot in 2 of meer lagen en wordt daardoor de uiteindelijke lederdikte al enigszins bereikt. De bovenlaag met nerf noemt men Nerflaag, de onderlaag split. De split wordt daarna apart verwerkt tot andere leersoorten.

Nakalken- Ontkalken en Beitsen:
Na het splitten worden de huiden nagekalkt, waardoor een extra aantasting van de collageeneiwitten plaats vindt. Hierdoor opent de huid zich nog meer en wordt soepeler. Door het nakalken kan men de korrel in het leer sturen.

Voordat men met de eigenlijke looiing kan beginnen, moeten de “bloten’ in de juisten conditie worden gebracht. De bloten verkeren nog steeds in een alkalisch gezwollen toestand. De PH ligt ronde de 12 en de bloot bevat veel kalk. De ontkalking zorgt ervoor dat de bloten ontzwellen, de kalk geneutraliseerd en grotendeels eruit wordt gehaald en de PH ongeveer naar het neutrale punt gaat.

De beitsing die meestal in hetzelfde bad als de ontkalking wordt uitgevoerd, is de laatste nathuis bewerking. Aan het ontkalkingbad worden bepaalde enzymen toegevoegd. Enzymen zijn stoffen, die bij mens en dier voorkomen in bijvoorbeeld de alvleesklier. Ze vormen een onderdeel van het spijsverteringproces en werken in op organische stoffen.

Tijdens het beitsingproces bij leder werken ze vooral in op de nerf. Enzymen lossen restanten van de haarwortels, vuil en vet op. Daardoor wordt de nerf gladder, schoner en soepeler. Het leer krijgt er later een beter gevoel door.

Na het beitsen spoelt men grondig het koud water om de beitswerking stop te zetten en het loskomen van vet en vuil kwijt te raken. De bloten zijn nu zover, dat met de looiing kan worden begonnen.

Pikkelen en Looien:
Het looien van huiden kan als volgt worden omschreven:

Er zijn bepaalde stoffen, looistoffen, die in de huid kunnen dringen, zich vastzetten aan de huidvezel en er praktisch gesproken niet meer uit te wassen zijn. De ruwe huid is omgezet in een product genaamd leder, dat veel minder temperatuurgevoelig is e niet gemakkelijk meer bederft.

Er zijn diverse looistoffen bekend, zoals:
Plantaardige looistoffen
Chroom looistoffen
Vet looistoffen etc.
De tegenwoordig meest toegepaste looimethode is de looiing met het mineraal Chroom.

Mineraal Looiing:
Bepaalde zouten van sommige metalen bezitten een looiende eigenschap. Aliun bijvoorbeeld, is een zout van het metaal aluminium met een looiende eigenschap. Van de looiende metaalzouten heeft vooral chroomsulfaat de sterkste looiende werking. Het chroomsulfaat, dat goed in het water oplost, is een groen gekleurd poeder. Als het is opgelost in water kan het zich binden aan het negatief geladen gedeelte van de collageenvezel.

Zouden we echter direct de chroomlooistof aan de gebeitste bloten toevoegen, krijgen we problemen met de doorlooiing. De toegevoegde chroomlooistof zal zich aan de buitenkant van de huid binden en verhinderen dat er nog looistof doordringt naar de binnenlagen ( doodlooiing)

De looier moet er dus voor zorgen, dat de chroomlooistof volledig doordringt en niet direct bindt aan de huidvezel. De gebeitste en goed gespoelde bloten worden daarom eerst voorbereid d.m.v. pikkelen.

De pikkel wordt uitgevoerd met water, keukenzout en zuur. Met het toegevoegde zuur verlaagt men de PH van het water en de huid tot ca. 3 en zorgt daarvoor dat de negatieve lading van de huid worden teruggedrongen en niet werkzaam zijn. De huid zal daardoor voornamelijk positief geladen zijn. Het zout dient om te voorkomen dat de huid een zuurzwelling krijgt. Daarna vindt de looiing plaats.

Chroomlooiing:
Na de pikkel wordt aan het bad de chroomvloeistof toegevoegd. De chroomvloeistof zal volledig indringen maar zal zich nog niet aan de huidvezel binden. Pas als we het zuur van de pikkel weghalen, worden de negatieve ladingen weer werkzaam en kunnen de positief geladen chroomstoffen binden. We noemen dit proces neutraliseren of afstompen. De gebeurt door toevoeging van alkali. De gehele chroomlooiing duurt ca. 8-12 uur. De chroomlooiing wordt beëindigd door het leder te wassen. Het nu ontstane chroomgelooide leder heft een groenblauwe kleur en is nog nat en wordt daarom ook WETBLEU genoemd.

Plantaardige looiing:
Plantaardige looistoffen komen voor in planten en bomen en delen ervan. Er zijn echter grote verschillen in de eigenschappen van de looistoffen uit deze planten en bomen. Plantaardige looistof van de kastanjeboom heeft andere eigenschappen dan die van de eikenboom. De plantaardige looiing is één van de oudst bekende looimethoden. Vroeger werden de gemalen planten- of boomdelen tussen de bloten gestrooid, die in putten werden opgestapeld. Men pompte water in de putten, waardoor de looistof uit het looimateriaal trok en de bloten deze looistof konden opnemen. Tegenwoordig worden de looistoffen door extractfabrieken uit de planten- en boomdelen geëxtraheerd en vaak nog met chemicaliën behandeld om sommige eigenschappen te verbeteren zoals bijvoorbeeld kleur en oplosbaarheid. Daarna worden ze ingedampt tot vloeibare, vaste of poedervormige extracten.

Het nadeel van plantaardig gelooid leer is o.a. dat het een slechte lichtechtheid heeft en dat het moeilijk in briljante volle kleuren te vatverven is. Bovendien is met plantaardige looistoffen moeilijk een zacht rekbaar leder te maken.

Andere Looistoffen:
Naast de hiervoor besproken chroom- en plantaardige looistoffen zijn er nog tal van andere looistoffen. Deze worden echter bijna nooit in de hoofdlooiing gebruikt, omdat ze of te duur, of te weinig vulling aan het leder geven. Sommige worden wel in combinatie met chroom en plantaardige looistoffen in de hoofdlooiing gebruikt. De meeste worden echter in de nalooiing toegepast.
Synthetische looistof
Voor looistoffen
Hulp looistoffen
Vervang looistoffen
Hars looistoffen
Fosfaat looistoffen
Acrylaat en polymeer looistoffen
Vet looistoffen

Natte afwerking:
We gaan weer terug naar het chroomgelooide leer, ofwel de WETBLUE

Hoewel de gelooide bloot al leder genoemd dan worden, moet er nog heel wat gebeuren alvorens het allen gewenste eigenschappen heeft/

Zo heeft de wetblue nog niet de gewenste dikte en egaliteit. Als we de wetblue zouden drogen, krijgen we een hard onhandelbaar leer met een vaalblauwe kleur. Afhankelijk van de leersoort die men wil maken, zal men aan het chroomgelooide leer de specifieke eigenschappen moeten toevoegen zoals de juiste dikte, egaliteit, vulling, kleur en souplesse. In de natte afwerking worden daartoe een aantal machinale bewerkingen en natte processen uitgevoerd.

Persen (Abwelken):
Het chroomgelooide leer bevat veel overtollig vocht, waardoor de machinale bewerking moeilijk kunnen worden uitgevoerd. Met een ontwateringpers ( Abwelk pers), wordt dit overtollige vocht verwijderd.

Schaven:
Het chroomgelooide en gesplitte leer wordt nu op de gewenste dikte geschaafd. De schaafmachine heeft een messenwals met scherp geslepen messen, die de overtollige leerdikte eraf snijdt. Aangezien normaal gesproken het schaven de laatste machinale bewerking is, met het doel het leer een egale einddikte te geven, spreekt het vanzelf, dat deze bewerking nauwkeurig moet worden uitgevoerd.

Neutralizeren of ontzuren:
Nadat het leer op de juiste dikte is geschaafd, worden de laatste natte chemische processen uitgevoerd. Deze processen worden uitgevoerd in vaten.

Als eerste wordt het leer geneutraliseerd ofwel ontzuurd. Leder dat is chroomgelooid, bevat nog een hoeveelheid vrije zuren. Deze zuren werken storend op de nog uit te voeren nalooiing. Ze verhinderen een goede penetratie of geven onegaliteit in kleur. Daarom moeten de zuren onwerkzaam worden gemaakt. Dit doet men door stoffen op het chroomgelooide leer te laten inwerken, die reageren met de aanwezige zuren en die de zuren omzetten in zouten, die gemakkelijk uit het leder te wassen zijn.

Nalooien:
Na de neutralisatie wordt het leer nagelooid. Het belang van een goede nalooiing is de laatste jaren sterk toegenomen, doordat nathuiswerkingen en hoofdlooigen zijn gerationaliseerd. Vroeger hield men in het nathuis en bij de looiing reeds rekening met de leer soorten die men wenste te maken. Tegenwoordig heeft men een standaardproces tot en met de looiing. De specifieke eigenschappen voor de diverse leersoorten die men wil produceren, moeten verwezenlijkt worden en neutralisatie, nalooing en vetting.
Specifieke eigenschappen die men d.m.v. een bepaalde nalooiing kan aanbrengen zijn o.a.
Nerfvastheid of nerffijnheid (walkkorrel)
Zachtheid van het leer
Vulling
Kleur
Verfbaarheid
De keuze van nalooistoffen zijn legio, t.w.
Chroomlooistoffen en andere minerale looistoffen
Plantaardige looistoffen
Synthetische looistoffen
Harslooistoffen
Polymeer- en acrylaat looistoffen
Aldehyde/ glutaaraldehyde
Combinaties van genoemde looistoffen

Vatverven:
Na de nalooiing wordt het leer d.m.v. de vatverving van een kleur voorzien. Het kleuren van leer is even oud als het leer zelf. De primitieve mens kleurde het leder met natuurlijke kleurstoffen. Daartoe gebruikte hij gekleurde sappen van bepaalde planten en vruchten. Deze natuurlijke of plantaardige kleurstoffen zijn tot in het begin van deze eeuw gebruikt om het leer te verven. Bekend zijn blauwhout, roodhout en geelhout, de fijngemalen in de handel waren of extracten ervan. Deze houtsoorten geven met bepaalde metaalzouten enige karakteristieke kleuren. Het aantal kleuren dat men met plantaardige kleurstoffen kan maken is echter beperkt.

Omstreeks 1860 werd de eerste synthetische kleurstoffen geproduceerd, daarna gevolgd door talloze andere. We kennen tegenwoordig onder de verzamelnaam aniline kleurstoffen, niet te verwarren met de chemische verbinding aniline. Het zijn organische verbindingen met dezelfde chemische werking als looistof, hebben echter geen looiende waarde, maar wel een goede eigen kleur.

Men onderscheidt de volgende groepen bij de aniline kleurstoffen:
Anionische kleurstoffen:
Goed doorvervend zure kleurstoffen met een sterk variërende lichtechtheid
Substantieven of directe kleurstoffen
Metaal complex kleurstoffen met een goede lichtechtheid
Speciale andere lederkleurstoffen
Kathionische of Basische kleurstoffen:
Oppervlakte ververs
Zwavelkleurstoffen
Ontwikkelingskleurstoffen
Voor de vatvervingen in waterig milieu, komen uit deze reeks alleen de wateroplosbare Anionische en kathionische kleurstoffen in aanmerking.

Door gebruik van kleurstoffen, is men in staat vrijwel iedere kleur te maken. De kleuren die worden verkregen zijn in vergelijking met natuur kleurstoffen, briljanter en egaler. De echtheden zoals bijvoorbeeld lichtechtheid en zweetbestendigheid kunnen veel beter zijn, mits men de juiste kwalitatief goede kleurstoffen gebruikt.

Anionische kleurstoffen worden het meest gebruikt om leder door- en- door te verven. In hun bindingsgedrag zijn ze te vergelijken met plantaardige en synthetische looistof, m.a.w. ze binden zich onomkeerbaar aan de positieve aminogroepen van de ledervezel, Bij chroomgelooid leer, binden zich de kleurstoffen bovendien aan het chroomlooistofcomplex.

Nadat de kleurstof is toegevoegd en voldoende penetraties is verkregen, laat men de kleurstof binden door zuur toe te voegen. Men spreek dan van afzuren of fixeren van de kleurstof en gebruikt er meestal mierenzuur voor.

De looiing, neutralisatie en nalooiing hebben grote invloed op de vatverving.

Ook andere factoren kunnen de vatverving beïnvloeden, zoals:
Hoeveelheid water
Temperatuur
Hoeveelheid kleurstof
Manier van toevoegen
Toerental van het vat
Hoe beter de penetratie van de kleurstoffen, hoe minder vol de eindkleur zal worden. Om dit te verbeteren, past men wel de zgn. sandwichverving toe. Men voegt een eerst deel kleurstof toe en penetreert zo goed mogelijk. Daarna gaat men afzuren om de kleurstof te binden. Tenslotte voegt men nog een keer zuur toe om zoveel mogelijk het kleurbad uit te nutten en kleurstof in de buitenlagen van het leer te binden, waardoor een vollere kleur wordt verkregen.

Kathionische (Basische) kleurstoffen zijn in hun bindingsgedrag te vergelijken met chroomlooistoffen, m.a.w. ze binden zich onomkeerbaar aan de negatieve carboxylgroepen van de ledervezel. Basische kleurstoffen worden niet zoveel gebruikt omdat ze niet geschikt zijn om chroomgelooid leer te kleuren. Ze hebben een slechte lichtechtheid, slechte wrijfechtheid en bloeden snel uit met organische oplosmiddelen.

Plantaardige gelooid leer is wel goed te verven met basische kleurstoffen. Men verkrijgt heldere volle kleuren, maar men krijgt vrij snel een bronzering van de kleur bij gebruik van sterkere concentraties van basische kleurstoffen.

Vatverf kleurstoffen worden niet alleen bij het vatverven gebruikt maar worden ook vaak toegepast tijdens het finishen van het leer.

Vetting:
Het laatste natte afwerkproces dat meestal in vaten wordt uitgevoerd, is de vetting van het leer. Indien men het leer on gevet zou laten, verkrijgt men een plat hard leer dat eigenlijk onhandelbaar is. De gelooide huidvezel moet gesmeerd worden, zodat na droging de leervezels gemakkelijk langs elkaar kunnen bewegen, waardoor het leer zijn zachte greep en gevoel verkrijgt en behoud. Daarnaast kan de vetting bepaalde leder eigenschappen en echtheden positief beïnvloeden, zoals rek, scheursterkste en waterdichtheid. Men gebruikt voor de vetting van leer:
Plantaardige oliën en vetten (bijv. kokosvet)
Dierlijke oliën en vetten ( bijv. klauwenolie en traan)
Synthetische oliën en vetten

Droge afwerking:
Nadat de vatverving is uitgevoerd, heeft het leer alle processen van de natte afwerkerij doorlopen. Het natte leer zal nu gedroogd en voorbereid moeten worden voor de finish.

De droge afwerking tot aan het finishen omvat een aantal machinale bewerkingen, die het leer in de juiste conditie moeten brengen. Deze zijn:

Persen: Om zo snel mogelijk overtollig vocht te verwijderen zal men het leer eerst persen. Het is belangrijk dat het persen nauwgezet wordt uitgevoerd en vel overtollig vocht wordt verwijderd, aangezien dit de droogtijd aanzienlijk kan bekorten.
Drogen: Het drogen van het leer is meer dan alleen maar het simpel verwijderen van vocht. De droging is een van de belangrijkste stappen die de leerkwaliteit kan beïnvloeden. In het algemeen geldt, dat hoe intensiever de droging is, des te harder het leer zal worden. Daarnaast bepaalt de gekozen droogmethode de oppervlakte van de huid en de gladheid van de nerf. Zo kan men:
Lucht drogen
Geforceerd hangend drogen
Plakkast drogen
Vacuüm drogen
Nat opspannen
Droog opspannen
Stollen: Ondanks alle voorzorgmaatregelen die men bij het drogen toepast, zal het gedroogde leer toch min of meer een hard gevoel hebben. Het leer krijgt zijn zachtheid terug door het te stollen.

Het principe van stollen komt erop neer, dat men het leder tussen twee rubberen matten of banden laat doorlopen. In de machine zijn blokken gemonteerd die stompe pennen hebben en die grijpen in blokken die gaten hebben. De blokken met pennen bewegen snel op en neer in de onderliggende gaten drukken het tussenliggende leer telkens in deze gaten. Door deze driedimensionale mechanische werking wordt het leer soepel en zacht.

Schuren of Slijpen: Een machinebewerking die nog voor het finishen kan worden uitgevoerd is het schuren of slijpen met schuurpapier. Het doel van het schuren is afhankelijk van de te maken leersoort. Bij mindere sortimenten kan men de nerf schuren of slijpen waardoor nerffouten die aan de oppervlakte zitten, verdwijnen.

De Finish:
De laatste bewerking die het leder ondergaat, is het finishen of dekverven. Het doel van het finishen is het leer te veredelen of attractiever te maken. Ook kan men door het finishen bepaalde karaktereigenschappen aan het leer geven zoals:
Egaliteit van kleur
Instellen van de glans
Het gevoel van het leeroppervlak verbeteren
Verdoezelen van nerffouten
Verminderen van wateropnemend vermogen
Beschermen van het leer tegen krassen etc.
In tegenstelling tot de chemicaliën die men gebruikt in de diverse natte processen, zoals looien, verven en vetten, zijn de producten waarmee men leer finisht ‘ledervreemde’ producten, d.w.z. ze kunnen geen chemische verbinding aangaan met de huidvezels. Er worden meerdere verschillend samengestelde, natte finishlagen met meestal verschillende dikten op het leer aangebracht, die na droging fysisch goed gebonden moeten zijn. Men zegt dat de finishlagen goed moeten hechten.

Satineren- Bugeln- Prenten:
Gedurende het finishproces dient het leer enkele malen gebugeld, gesatineerd of geprent te worden. Dit dient om de finishlagen glad te maken en te doen samen smelten ( een film laag te laten ontstaan) om het leer licht af te sluiten. Door gebruik te maken van een dessin kan men het leer van een bepaalde prent (oppervlaktestructuur) voorzien.

Als grondprincipe van de opbouw van de finish geldt:

Grondering: moet zacht en elastische zijn en regelt het opnemend vermogen van het leer.
Kleurlaag: veelal iets harder en minder elastisch ingesteld.
Appretuur- en toplaag: deze afsluitlaag is het hardst en het minst elastisch.
Bij samenstellen van de finish worden diverse producten met elkaar gemengd. Ieder product vervult een bepaalde functie in de finishoplossing. De volgende groepen van producten kunnen deel uitmaken van de finish samenstellingen.
Kleurgevende producten:
Dekkende pigmenten
Transparante pigmenten
Aniline kleurstoffen
Bindmiddelen:
Eiwitbinders
Plasticbinders (acrylaten, butadieen)
Weekmakers
Vulmiddelen
Verdikkingsmiddelen
Oplos- en verdunningsmiddelen
Water, organische oplosmiddelen

Testen:
Leer is sterk, zo sterk zelfs dat het vele jaren mee gaat. Maar leer slijt ook in gebruik. Dat is niet te voorkomen. De mate waarin dat gebeurt, is echter afhankelijk van de leersoort, de mate van gebruik en het onderhoud. De Europese Unie heeft een aantal richtlijnen vastgesteld, waaraan meubelleer moet voldoen. Deze eisen zijn opgesteld in overleg met een groot aantal onderzoekscentra uit heel Europa, waaronder TNO.
Testen die onder meer worden uitgevoerd zijn:
Knikproeven test
Wrijfproeven test
Lichtechtheids test

Eindcontrole:
Tijdens de eindcontrole vindt de laatste controle van het leer plaats. Hier wordt nog een keer kritisch gekeken naar zaken zoals nerfbeeld, kleur, gevoel, en beschadigingen. Tevens worden de huiden gemeten. Na het meten zijn ze klaar voor wereldwijde verzending.